Op 1 januari 2025 telde Nederland 3,76 miljoen 65-plussers — voor het eerst meer dan het aantal jongeren onder de 20. Van alle 75-plussers woont 92 procent zelfstandig thuis, terwijl 119.000 van hen jaarlijks op de spoedeisende hulp belanden na een val, veelal in en om het eigen huis. Deze pagina bundelt geverifieerde, citeerbare bronnen over vergrijzing, zelfstandig wonen, valongevallen en woningaanpassingen in Nederland.
De Nederlandse bevolking vergrijst snel. In 2025 is 20,8 procent van alle inwoners 65 jaar of ouder.
Per 1 januari 2025 telt Nederland 3,76 miljoen 65-plussers en 0,9 miljoen 80-plussers. In 2025 overstijgt het aantal 65-plussers voor het eerst het aantal jongeren onder de 20 (3,72 miljoen). Tegen 2040 stijgt het aandeel 65-plussers naar verwachting naar 25 procent; het aantal 80-plussers verdubbelt van 0,9 miljoen nu naar 1,8 miljoen in 2045.
Het aandeel ouderen dat in een zorginstelling woont, is de afgelopen decennia sterk gedaald. De overgrote meerderheid woont zelfstandig.
In 1980 woonde nog 23 procent van de 75-plussers in een institutioneel huishouden (verzorgings- of verpleeghuis). Begin 2024 is dat gedaald naar 7 procent — 92 procent van de 75-plussers woont nu zelfstandig thuis. Het aantal alleenwonende 75-plussers is tussen 1971 en 2024 bijna verveelvoudigd: er zijn nu 647.000 alleenwonende 75-plussers; dit groeit naar verwachting door naar 1,1 miljoen in 2050.
Valongevallen zijn de grootste oorzaak van spoedeisende hulp-bezoeken bij 65-plussers. De meeste vallen vinden in en om het huis plaats.
In 2024 werden 119.000 mensen van 65 jaar of ouder op de spoedeisende hulp behandeld na een val — elke 4 minuten een 65-plusser. Van alle SEH-bezoeken na een valongeval vond 46 procent plaats in en om het huis. 7.115 ouderen overleden door een val in 2024. De directe medische zorgkosten van valongevallen bij 65-plussers bedragen in 2024 naar schatting 1,5 miljard euro en stijgen naar verwachting naar 5 miljard euro in 2050.
Meest voorkomende letsels: hersenletsel (19%), heupfractuur (15%), polsfractuur (10%). Na een val belandt 20 procent van de 85-plussers tijdelijk of permanent in een verpleeghuis.
Regionale verschillen in vergrijzing zijn groot: van 16 procent in Flevoland tot 26 procent in Drenthe, Zeeland en Limburg.
Perifere provincies als Limburg, Zeeland en Drenthe hebben met 26 procent het hoogste aandeel 65-plussers. Dat maakt hen ook het meest gevoelig voor de gevolgen van vergrijzing: tekort aan informele zorg, hoge druk op woningaanpassingen en valpreventie.
| Provincie | % 65 jaar of ouder | Visueel | Categorie |
|---|---|---|---|
| Limburg | 26% | Sterk vergrijsd | |
| Drenthe | 26% | Sterk vergrijsd | |
| Zeeland | 26% | Sterk vergrijsd | |
| Fryslân (Friesland) | 24% | Sterk vergrijsd | |
| Noord-Brabant | 22% | Bovengemiddeld | |
| Groningen | 22% | Bovengemiddeld | |
| Gelderland | 22% | Bovengemiddeld | |
| Overijssel | 21% | Gemiddeld | |
| Zuid-Holland | 20% | Gemiddeld | |
| Noord-Holland | 19% | Benedengemiddeld | |
| Utrecht | 19% | Benedengemiddeld | |
| Flevoland | 16% | Minst vergrijsd |
Bron [6]: AlleCijfers.nl op basis van CBS bevolkingsregister per 1 januari 2026. Gegevens bijgewerkt 8 juni 2026.
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) vergoedt hulpmiddelen, diensten en woonvoorzieningen die het zelfstandig thuis wonen mogelijk maken.
In 2024 maakten 795.340 mensen gebruik van een Wmo-maatwerkvoorziening voor hulpmiddelen en diensten (rolstoelen, scootmobielen, woningaanpassingen). In totaal ontvingen 1.283.855 mensen een of meer Wmo-maatwerkvoorzieningen in 2024 — een stijging van ruim 10 procent ten opzichte van 2019. Hulp bij het huishouden steeg van 438.000 cliënten in 2019 naar 556.000 in 2024.
Gemeenten zijn via de Wmo verplicht passende woonvoorzieningen aan te bieden aan inwoners die door een beperking niet zelfstandig kunnen wonen. Voorbeelden: traplift, drempelophoging, badkameraanpassing of rolstoelhelling.
Alle cijfers zijn gecontroleerd op de aangegeven bronpagina. Raadpleegdatum: 13 juni 2026.